• De aankoop:foto fret

    - Koop een fretje bij een goede fokker/fokster waar de jonge fretjes vrij zijn van oormijt, zijn gechipt en hun eerste enting hebben gehad. Let hierbij op de gegeven voeding; prooidieren (b.v. muizen, van een goede kwaliteit) zijn naast het geven van brokjes prima.
    Er zijn duidelijke aanwijzingen dat het geven van rauw vleesvoeding (KVV, Carnibest, Haaks Barf e.d.) bij jonge nest-pups gezondheidsproblemen kan veroorzaken op latere leeftijd. De jonge pups hebben namelijk hun afweer nog niet op orde en zijn erg gevoelig voor de bacteriën die rauw vlees bevat. Echter vrijwel alle fokkers geven dit aan de pups omdat de pups er goed op groeien en zij hier een andere mening over hebben dan de kliniek.
    Vraag naar de ouderdieren welke vriendelijk en goed hanteerbaar horen te zijn. De kooien schoon en ruim. Pups kunnen vanaf 9 à 10 weken bij een nieuwe eigenaar geplaatst worden.
    Goede fokkers geven veel informatie vooraf, zijn selectief in hun keuze van nieuwe eigenaars voor de jonge pups en geven langdurig begeleiding na het ophalen van het pupje.

    - Haal een fretje uit de opvang als je begaan bent met het lot van deze gevonden of gedumpte fretjes. Kies een opvang die veel kennis heeft van de huidige ontwikkelingen op het gebied van fretten. Neem hier eventueel telefonisch contact over op met de Frettenkliniek.

    - Neem een gewone standaard fret (wildkleur, sandy of albino). Fretten met speciale kleurtjes: de “specials” of  angora (langhaar) fretten hebben meer kans op aangeboren en erfelijke gebreken.

    - Neem geen fret waar bunzingbloed in de voorouders zit, de zogenaamde frunzing. Dit zijn fretten die erg snel gestresst  zijn. Ze voelen zich al snel onveilig en hebben meer gezondheidsproblemen door deze stress. Ze vallen tussen wal en schip. Te zeer fret om in de natuur te kunnen overleven en te veel bunzing om zich veilig te voelen bij de mens. Vaak zijn ze fel en bijten makkelijk. Meestal zijn ze ook erg territoriaal en verdragen geen andere fretten en soms ook geen andere mensen/ dieren in huis dan alleen de eigenaar.

    De huisvesting:

    - Neem liefst één fret. Fretten die alleen leven hebben duidelijk minder gezondheidsproblemen. Voor meer informatie hierover zie ook “frettengedrag en stress” op de website van de Frettenkliniek.

    - Mocht je toch meerdere fretten hebben, dan is het aan te raden om elke fret een eigen hok (eigen territorium, eigen veilige plek) te geven waar de andere fret niet bij/in kan komen. Let met spelen van de fretten goed op onderlinge territoriale gedragingen.

    - Laat een fretje zo vaak mogelijk in een zo groot mogelijk gebied loslopen, liefst het hele huis. Fretten onderzoeken graag nieuwe dingen en besnuffelen met veel plezier je hele huis en indien mogelijk je tuin.

    - Een fretje kan zowel binnens- als buitenshuis worden gehouden, maar hoe groot en mooi een buitenkooi ook is… een fretje zal er snel op uitgekeken zijn. Haal het diertje elke dag naar binnen waar steeds iets nieuws is te beleven, omdat er in huis “geleefd” wordt.

    De voeding

    - Geef prooidieren (muizen e.d.) en/of brokjes van een goede kwaliteit (b.v. Virbac Veterinary HPM kitten, Hills kitten, Orijen kitten, Totally Ferret).

    - Geef GEEN KVV (rauw vlees) of eendagskuikens. Dit is namelijk afvalvlees uit de bioindustrie en is in toenemende mate besmet met diverse schadelijke bacteriën welke bij fretten behoorlijke gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken.

    - Geef snoepjes met zoveel mogelijk dierlijk eiwit, bijvoorbeeld “Cosma snacks”.

    - Geef alleen vitaminepasta als de nageltjes geknipt moeten worden, dit bevat namelijk veel suikers. Groente en fruit horen niet op het menu van een strikte prooidiereter.

    - Geef een drinkbakje én een drinkflesje.

    De verzorging

    - Verschoon elke dag de poepbak, dat wil zeggen schep de natte plekken en de poep er uit en leeg 1-2x per week de gehele bak en maak deze goed schoon.

    - Weeg uw fretje elke week en hou dit bij in een bestandje op de computer of gewoon in een schriftje. Als een fretje geleidelijk meer gewicht verliest dan normaal in een bepaald jaargetijde, kan dat een duidelijke aanwijzing zijn voor ziekte.

    - Knip regelmatig 1x per 1-3 weken de nageltjes zodat ze hier niet mee in doeken blijven hangen. Gescheurde kruisbanden komen regelmatig voor wanneer een fretje aan een nageltje blijft hangen.

    - Kijk regelmatig het beddengoed van uw fretje na of er geen “halen” (door te lange nageltjes) of gaten (door het knagen: een misselijkheidsteken) aanwezig zijn.

    - Laat jaarlijks enten tegen Hondenziekte. Tijdens deze vaccinatie is de jaarlijkse gezondheid check én het bijpraten over nieuwe ontwikkelingen, zeker zo belangrijk.

    - Geef tijdens de rui om de dag 1 cm laxeerpasta voor de kat (b.v. Kat-a-lax®). Dit om haarballen te voorkomen.

    - Na contact met andere fretten, voor/na het in pension gaan en na een frettendag is het aan te raden om met Stronghold® preventief  tegen oormijt te behandelen. Voor de dosering zie "Oormijt" op de website van de Frettenkliniek.

    - Geef uw fretje veel positieve aandacht. Alles wat aandacht krijgt groeit en bloeit .

    - Leer het abnormale gedrag van een fret met gezondheidsproblemen herkennen. Kijk hiervoor op de website of de Facebook pagina van De Frettenkliniek. Zo is het oplikken van urine, het hebben van de hik en het kruimelen met voerbrokjes bijvoorbeeld geen normaal gezond gedrag. Fretten laten vaak gezond gedrag zien naast ziektesymptomen, neem deze abnormale gedragingen serieus en wacht niet te lang met het te laten onderzoeken. Fretten hebben vaak chronische ontstekingen die, als zij in een eerder stadium ontdekt zouden zijn, veel beter behandeld hadden kunnen worden.